Geschiedenis van de Rocky Mountains
De laatste ijstijd maakte de Rocky Mountains zowat onbewoonbaar. Toch waagden enkele inheemse volkeren om het gebied te verkennen. Zo werden de Palao-indianen (de eerste inwoners van Amerika) heerser over het gebied. Later kwamen verschillende stammen er wonen, onder andere Apache, Arapaho, Bannock, Cheyenne, Sioux, Ute, Kutenai en vele anderen. In 1540 slaagde de Spaanse ontdekker Francisco Vásquez de Coronado erin om met een groep soldaten, missionarissen en Afrikaanse slaven de Rocky Mountains te betreden. Vele stammen werden uitgeroeid (door onder meer ziektes, oorlog). In 1739 ontdekten de Franse bonthandelaars Pierre and Paul Mallet een bergketen aan de Platte River, die door de plaatselijke bevolking de 'Rockies' genoemd werden. De eerste Europeaan die de Rockies uiteindelijk doorkruiste was in 1793, namelijk Sir Alexander MacKenzie. Het gebied werd van 1720 tot 1800 geteisterd door voornamelijk Franse, Britse en Spaanse handelaars die zich alleen interesseerden in de bont en mineralen. In 1859 (tot ongeveer 1864) moest de natuur plaatsmaken voor de opkomende industrie, en begon men in verschillende staten (Colorado, Idaho, Montana) en ook in het Canadese British Colombia met de goudwinning. Uiteindelijk werd de eerste transcontinentale trein op de sporen gezet in 1869 en werden enkele nationale parken geopend.